UA-165434869-1
Menu

Het nieuwe normaal: 1984?

Eerst de coronacrisis, toen de economische crisis en nu de waarheidscrisis. Ontgoocheling pur sang, want wat is nou ‘feit’ en wat is ‘fictie’? Zijn we misschien zonder het door te hebben in een soort 1984 (George Orwell) terechtgekomen? Krijgen burgers daadwerkelijk ‘leugens’ voorgeschoteld door de overheid? 

Als we de leider van Virus Waanzin Willem Engel mogen geloven wel. De overheid, als sussende instantie, verzwijgt zijns inziens bepaalde inzichten. Of zoals hij het formuleert: ‘eigenlijk wil je geloven dat de overheid alles goed doet, en dat de vader en de moeder je veilig houden, maar dat geloof brokkelde bij mij steeds verder af.’ De burgers volgen zo bezien de verdraaide inzichten van de overheid, en mensen als Engel die protesteren tegen de status quo worden ‘uitgeschakeld’. Een 1984-samenleving dus. Of toch niet? 

In de mainstream media worden de anti-lockdownactivisten in elk geval afgeschilderd als demagogen. Maar de laatsten (of althans een deel van deze demonstranten) beweren het tegendeel: de overheid onderdrukt de burgers en houdt cruciale informatie achter. Beide kampen komen kortom met verschillende bevindingen, cijfers, onderzoeken en conclusies. 

Wie ‘de Waarheid’ in pacht heeft kan ik niet met zekerheid zeggen, maar wel is er een interessant patroon te herkennen: in de media worden mensen als Engel veelal afgezet als pseudowetenschappers die naar de conclusies toewerken, omdat ze er belang bij hebben dat de coronamaatregelen worden afgeschaft. Zij zouden hierdoor niet in staat zijn een objectief en wetenschappelijk oordeel te vormen.  

En toch is dit vrij merkwaardig: want is het andere kamp wel volledig objectief en waardevrij? Spelen er bij hen niet ook bepaalde belangen mee? Is het RIVM, waar de politici zich achter lijken te verschuilen, wel zo waardevrij? En als dat zo is: is waardevrij-zijn dan niet ook een waarde? 

Hoe het ook zit met de (on)waarheid van de beweringen van groepen als Virus Waanzin, de punten die worden aangekaart zijn niet geheel onbelangrijk. Uit de opmerkingen van Willem Engel is bijvoorbeeld zijn kritiek op de onaantastbare positie van wetenschappers op te maken. En de karikaturen die de media van Engel maken, versterken dat beeld van een heilige wetenschap alleen maar: louter ‘wetenschappers’ hebben het recht om over zaken als besmettingsgevaar en aerosolen te spreken, want alleen zij weten te allen tijde wat waar of niet waar is. Wetenschap is zo bezien het domein van wetenschappers, van mensen die zijn gepromoveerd, van de experts. En als de overheid aangeeft het RIVM (lees: de experts) te volgen, dan zal het allemaal wel kloppen. Toch? 

Het loont de moeite om voor het beantwoorden van deze vraag de epistemologie in te duiken: wat is kennis, en hoe betrouwbaar is deze kennis? Hoe komen feiten binnen de wetenschap eigenlijk tot stand? De hedendaagse Franse filosoof Bruno Latour stelt dat wetenschap en maatschappij nauw verbonden zijn met elkaar. Hij benadert de wetenschap als sociale constructie: wetenschappelijke inzichten komen tot stand binnen netwerken. Ook probeert hij de wetenschap te voorzien van een menselijk gezicht: wetenschap is opgesteld voor en door mensen, en niet door een objectieve bovenmenselijke kracht. Want hoe vanzelfsprekend het ook mag lijken dat de wetenschappers altijd objectief blijven, ook wetenschappers zijn mensen. Ook binnen de wetenschap spelen machtsstructuren, akkefietjes en belangen onvermijdelijk een rol.  

Of het 1984-doembeeld dat wordt geschetst door sommige anti-lockdownactivisten echter klopt, is maar de vraag. In elk geval is het belangrijk om ons bewust te worden van de overschatting en verheerlijking van de wetenschap als domein van halfgoden. Want doen we dat niet, dan zullen fouten in de wetenschappelijke branche onvermijdelijk leiden tot teleurstelling en ontgoocheling. En laten we eerlijk zijn: fouten zullen altijd gemaakt worden.

In elk geval is het belangrijk om ons bewust te worden van de overschatting en verheerlijking van de wetenschap als domein van halfgoden.”

Laten we dus de volgende keer dat we stellig de wetenschap een bovenmenselijke positie toeschrijven, denken aan Bruno Latour en George Orwell.