UA-165434869-1
Menu

Gevangen als een vis in een vissenkom

Vanochtend stelde ik mijn kleine broertje een vraag: ‘waarom voer je de vissen drie keer per dag?’ Het antwoord dat ik erop kreeg was even verbazingwekkend als lachwekkend:

Vanochtend had de vis honger, dus hij zwom heel langzaam om energie te besparen. En gisteravond zwom de vis heel snel, dus hij was hard op zoek naar eten.’’

Ik wilde zeggen dat zijn antwoord een voorbeeld van een antropomorfisme was, maar ik deed het niet; ik slikte mijn antwoord snel in. Terwijl ik vervolgde met mijn bezigheden, kreeg ik een nostalgische ‘kleine-prins-ingeving’: het besef dat wij in onze maatschappij de originaliteit en creativiteit van kinderen er geleidelijk uit persen. Tja, ze moeten toch klaargestoomd worden voor de harde werkelijkheid, nietwaar?

En toch, daar sta je dan, en je hebt een ‘midlifecrisismomentje’ op je zeventiende: wat doe ik eigenlijk met mijn leven? Zes jaar lang toewerken naar een eindexamen, de laatste weken van mijn gymnasiumschoolcarrière vullen met het maken van zo veel mogelijk examens, en dan?

Dan ben ik klaar voor het echte leven, want dan is alle levensvreugde eruit geperst en ben ook ik te koop als eenheidsworst op de arbeidsmarkt. Lang leve de eindexamens.