UA-165434869-1
Menu

29 jaar en nog altijd een klein kind

‘’Als hij het over jongeren gaat hebben, dan krijgt hij een soort toon, ja een onderwijzerstoon, en alles wat je altijd leert over het aanspreken van pubers (…) dat doet hij in een paar minuten tijd.’’ Dit zei presentator Pieter van der Wielen in de talkshow Op1. Opmerkelijk, want hij haalde daarmee twee groepen klaarblijkelijk door elkaar. 

Even voor de duidelijkheid: het ging hier niet over de doelgroep 10 tot 18 jaar, maar over volwassenen van 20 tot 29 jaar. Blijkbaar zijn volwassenen pubers, kinderen foetussen, en hoogbejaarden jongvolwassenen.            

Waren het nou pubers? Kinderen? Volwassenen? De verwarring is begrijpelijk, er wordt de afgelopen tijd namelijk over deze groep volwassenen gepraat alsof het kleine kinderen zijn. Daar past deze kleinerende term (jongeren) dan ook bij uitstek bij. Maar ik kan me haast niet voorstellen dat 20-jarigen (of ouder) allemaal zo ver van de werkelijkheid leven. Tuurlijk, niet iedereen zal het nieuws 24/7 volgen. Maar of het beeld dat jongeren onder een instagramsteen leven nou volledig klopt? 

Het is erg komisch om op tv maanlandingspogingen van talkshow- en nieuwspresentatoren te zien: hoe bereiken we deze buitenaardse wezens? En als we ze eenmaal bereikt hebben, hoe brengen we onze boodschap dan over? Want ja: ‘’dé jongeren volgen het nieuws niet.’’ Erg genuanceerd oordeel natuurlijk. En erg objectief.

Jongvolwassenen, foetussen en buitenaardse wezens, ik heb één simpele boodschap: alleen samen krijgen we dit ‘gefnuik’ onder controle.”

De verwarrende term ‘’jongeren’’ draagt mooi bij aan deze onderschatting. Ook zorgt het ervoor dat de jongeren tot 18 jaar, zoals ik (17 jaar), zich onterecht aangesproken voelen. Tuurlijk, er zullen volwassenen – want dat zijn ze – zijn die het nieuws niet volgen. En ja, er zullen volwassenen zijn die zich niet aan de regels houden. Maar als we willen dat deze groep ons serieus neemt, dan is het denk ik niet bepaald een gek idee om ook deze groep wat serieuzer te nemen. 

De oplossing die momenteel veelal wordt geopperd, is het inschakelen van influencers. De naïeve en voor manipulatie openstaande ‘jongeren’ zullen immers ongetwijfeld luisteren naar hen. Ook hier zorgt een verwarrende term klaarblijkelijk voor verkeerde implicaties. Influencers hebben invloed, dat klopt.Maar wel op zaken waar zij een zekere affiniteit mee hebben. Een doorsnee influencer die opeens oproept om de adviezen van het RIVM op te volgen, dat is hetzelfde als een make-up artiest die op haar YouTube kanaal reclame gaat maken voor de gordijnenafdeling van de Ikea. Erg geloofwaardig dus.

Jongvolwassenen, foetussen en buitenaardse wezens, ik heb één simpele boodschap: alleen samen krijgen we dit ‘gefnuik’ onder controle.